Algemeen

Aanbiedingsbrief

Aalsmeer, 12 mei 2026

Geachte leden van de gemeenteraad,

Voor u liggen de jaarstukken over 2025: onze verantwoording over het afgelopen jaar, waarin we de beleidsmatige en financiële resultaten presenteren.
Op 18 maart waren er gemeenteraadsverkiezingen. Daarmee zijn dit de laatste jaarstukken waarmee verantwoording wordt afgelegd over de vorige bestuursperiode.
In januari heeft het college een zogenaamd Politiek Testament 2022 - 2026 aan de raadsfracties beschikbaar gesteld. In dat document heeft het college teruggeblikt op datgene wat de afgelopen vier jaar is bereikt en hoe de gemeente ervoor staat.
Het spreekt voor zich dat 2025 daar ook onderdeel van is geweest. Dat kan betekenen dat een deel van de informatie die u in dit document terugvindt al eerder met u is gedeeld.

Ook dit jaar treft u de ‘Jaarrekening in één oogopslag’ aan als onderdeel van de jaarstukken. Deze is direct na deze aanbiedingsbrief opgenomen. Net als voorgaande jaren wordt deze nog voor de raadsvergadering gepubliceerd in de lokale media zodat ook inwoners, instellingen en ondernemers van Aalsmeer van de uitkomst van deze jaarstukken op hoofdlijnen kennis kunnen nemen.

Terugblik op de beleidsmatige kaders

Zowel in de 1e als in de 2e bestuursrapportage 2025 hebben wij u ook tussentijds geïnformeerd over de voortgang en de afwijkingen op de in de programmabegroting 2025 en het college uitvoeringsprogramma opgenomen actiepunten 2025. De verantwoording over de bestuurlijke actiepunten uit die documenten vindt u per thema terug in de programmaverantwoording van deze jaarstukken.

In 2025 is wederom een aantal noemenswaardige stappen gezet op diverse beleidsterreinen waarvan we er op deze plek een aantal uitlichten:

  • De evaluatie van de strategienota Sociaal Domein die ons inzicht biedt in de voortgang van beleid en uitvoering.
  • Voorbereiding van de nieuwbouw Kindcentrum Oosteindedriehoek. De raad neemt hierover in het 2e kwartaal van 2026 een besluit.
  • Voorbereidingen voor de nieuwbouw van zwembad de Waterlelie. In het 2e kwartaal ronden we de aanbestedingsprocedure af waarna een gunningsbesluit kan worden genomen. Ook is een subsidieaanvraag gedaan bij Omgevingsfonds Schiphol en een subsidiescan uitgevoerd.
  • Voorbereiding en het afsluiten van de dienstverleningsovereenkomst met Exploitatie Sportaccommodaties Aalsmeer (ESA). Met ingang van 1 januari 2026 is de ESA verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van alle binnen- en buitensportaccommodaties in de gemeente.
  • Vaststellen van de Evenementenvisie Aalsmeer 2025 – Evenementen maken we samen!
  • Er is uitvoering gegeven aan het Meerjarenprojectenplan Buitenruimte. Hierdoor is een aantal groen- en infrastructurele projecten in uitvoering genomen en/ of afgerond wat de leefbaarheid van Aalsmeer en Kudelstaart ten goede komt.
  • De begraafplaats gaat uitgebreid worden met een natuurlijk begraafpark. Het besluit daartoe is genomen. Binnen enkele jaren kunnen mensen op een natuurvriendelijke en duurzame manier in Aalsmeer worden begraven.
  • In november stelde de raad de huisvestingsverordening vast. Hiermee ligt er een hernieuwd kader voor een eerlijke en evenwichtige verdeling van schaarse, betaalbare woonruimte.
  • In 2025 werden 183 woningen opgeleverd en de projecten Bilderdammerweg 6-30 en Meervalstraat voorbereid en gestart.
  • De ervaren overlast van Schiphol heeft onze continue aandacht. We zetten ons ook in 2025 actief in om deze overlast te verminderen.
  • Ook stelde de raad het verkeerscirculatieplan vast. De uitvoeringsmaatregelen uit dit plan dragen bij aan het doel om ook in de toekomst de gemeente veilig, bereikbaar en aantrekkelijk te houden.
  • Het is masterplan Energie en de uitvoeringsagenda duurzaamheid zijn dit jaar ook afgerond. Gelet op de steeds urgenter wordende aanpak van de netcongestie hebben we hiermee op lokaal niveau een belangrijk instrument in handen.
  • In maart nam de raad het besluit over de financiering van de nieuwbouw van de brandweerkazerne door de Veiligheidsregio Amsterdam Amstellanden.
  • Er is extra ingezet gepleegd op communicatie om inwoners en ondernemers weerbaarder te maken tegen cybercriminaliteit en digitale fraude.
  • Evaluatie van de samenwerkingsafspraken met de gemeente Amstelveen.

Deze resultaten staan los van de uitvoering van de overige (wettelijke) taken die ook gewoon door zijn gegaan.

Resultaat 2025

De opbouw van het verschil tussen de begroting 2025 na de laatste wijziging en deze jaarstukken per programma is als volgt:

bedrag x € 1.000

Rekening

Begroting 2025

Rekening 2025

Saldo

Programma

2024

Primitief

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

2025

01 Sociaal domein

-31.300

-27.884

42.482

8.536

-33.946

41.615

8.666

-32.948

998

02 Onderwijs en ontplooiing

-5.738

-6.370

10.305

3.016

-7.289

9.853

2.974

-6.879

410

03 Economie en duurzaamheid

-6

591

821

1.219

398

759

945

187

-211

04 Openbare ruimte

-10.201

-11.349

22.377

10.717

-11.660

22.510

10.728

-11.781

-121

05 Ruimtelijke ontwikkeling

-1.839

-1.598

24.800

24.827

27

19.662

18.230

-1.432

-1.460

06 Bestuur, bevolking en veiligheid

-6.710

-7.216

10.113

1.034

-9.078

10.096

1.176

-8.919

159

07 Overhead

-11.730

-10.153

10.096

0

-10.096

9.996

2

-9.993

102

08 Algemene dekkingsmiddelen

77.390

68.032

963

84.178

83.216

2.168

84.242

82.074

-1.142

Totaal saldo van baten en lasten

9.865

4.053

121.955

133.527

11.572

116.657

126.964

10.308

-1.264

Reservemutatie

-2.008

-2.646

14.791

8.561

-6.231

16.123

7.515

-8.608

-2.377

Resultaat

7.857

1.406

136.747

142.088

5.341

132.780

134.480

1.700

-3.641

De belangrijkste afwijkingen tussen de begroting 2025 en de realisatie in de jaarstukken 2025 zijn (op volgorde van programma):

Programma 1 Sociaal Domein (voordeel € 998.000)

Samengevat zijn de belangrijkste redenen van dit voordeel:

  • Lagere kosten bij hulpmiddelen en diensten: een vervoersvoorziening viel goedkoper uit en werkzaamheden bij woonvoorzieningen zijn doorgeschoven of vielen lager uit door minder aanvragen. Ook het sociaal team draagt bij aan het voordeel doordat de inzet van intensieve hulpverlening en crisisopvang beperkt nodig was (voordeel € 78.000).
  • Bij werk en inkomen is er een voordeel van € 88.000, voornamelijk door twee hoge terugvorderingen.
  • Op de totale jeugdhulp is er een voordeel van € 490.000.
    Bij jeugdbescherming en jeugdreclassering leidt een daling van het aantal gezinnen in traject tot lagere uitgaven. Binnen de specialistische jeugdhulp resulteert gerichte inzet vanuit het programma Grip op Jeugdhulp in een lagere instroom, stabilisatie van kosten per traject en afbouw in enkele complexe casussen. Daarnaast ontstaat bij toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd een voordeel door beperkte uitvoering van enkele activiteiten en pilots.
  • Bij samenkracht en burgerparticipatie is er een voordeel van € 334.000, voornamelijk doordat diverse participatie en inclusieactiviteiten later of beperkt zijn uitgevoerd, waardoor middelen doorschuiven naar 2026. Daarnaast zijn enkele onderdelen bekostigd vanuit SPUK regelingen (GALA en IZA), waardoor gemeentelijke budgetten niet zijn benut. Ook blijven de kosten voor collectief vervoer achter door een lagere vraag, en ontstaan incidentele voordelen door verschoven projecten en administratieve correcties.
  • Conform de met de raad gemaakt afspraken wikkelen incidentele overschotten en tekorten af met de egalisatiereserve Sociaal Domein. Dit resulteert in een toevoeging van € 736.000 in deze jaarstukken als gevolg van de voordelen op dit programma.

Programma 2 Onderwijs en ontplooiing (voordeel € 410.000)

Samengevat zijn de belangrijkste redenen van dit voordeel:

  • Bij het onderwijsachterstandenbeleid maakten minder peuters gebruik van voorschoolse educatie. Daarnaast zijn er subsidies teruggevorderd en is nog geen nieuw beleid is gestart in afwachting van de nieuwe rijksregeling (€ 166.000 voordelig). Ook bij het leerlingenvervoer is sprake van lagere kosten door een daling van het aantal leerlingen.
  • Daarnaast bleef binnen de onderwijshuisvesting het onderzoeksbudget voor nieuwbouw en renovatie deels onbenut doordat de werkelijke kosten lager uitvielen dan het vooraf voor onderzoek in de begroting opgenomen bedrag.
  • Binnen het sportdomein is er een voordeel van € 106.000 met als grootste effect lagere uitkering aan de ESA vanuit de SPUK Sport.
  • Bij cultuur is er een voordeel van € 143.000, voornamelijk doordat verschillende projecten voor beeldende kunst vertraging hebben opgelopen en pas in 2026 worden uitgevoerd. Dit resulteert in een nadeel bij de reserves, omdat de dekking van de lasten (deels) plaatsvindt uit de daarvoor gevormde bestemmingsreserve.

Programma 3 Economie en duurzaamheid (nadeel € 211.000)

Samengevat zijn de belangrijkste redenen van dit nadeel:

  • Hogere subsidielasten bij het Bedrijfsloket (nadeel € 60.000); en
  • Lagere opbrengsten uit (water)verblijfsbelasting (nadeel € 198.000) door te hoog geraamde baten.
  • Doordat werkbudgetten en middelen voor de integrale aanpak Hornmeer niet volledig zijn benut ontstaat een voordeel op € 48.000.

Programma 4 Openbare ruimte (nadeel € 121.000)
Samengevat zijn de belangrijkste redenen van dit nadeel:

  • Hogere kosten bij Verkeer en vervoer (nadeel € 286.000); dit wordt met name veroorzaakt door een forse overschrijding bij openbare verlichting als gevolg van de wisseling van energieleverancier, eindafrekeningen over eerdere jaren en hogere energiebelasting, aangevuld met niet begrote spoedmaatregelen voor verkeersveiligheid en hogere onderhoudskosten aan wegen en trottoirs.
  • Hogere lasten binnen Milieubeheer (nadeel € 218.000); dit nadeel komt voornamelijk voort uit een hogere afrekening voor milieuvergunningen bij de Omgevingsdienst, door een toename van het aantal bedrijven, bodemsaneringen en extra vergunningaanvragen, en wordt beperkt gecompenseerd door kleinere voordelen binnen duurzaamheid en energiebeleid.
  • Lagere realisatie van uitgaven binnen Openbaar groen en openluchtrecreatie (voordeel € 341.000); dit voordeel ontstaat vooral doordat projecten binnen het Meerjarenprojectenplan Buitenruimte later zijn uitgevoerd, enkele werkzaamheden nog niet zijn afgerond en budgetten zijn doorgeschoven naar 2026, evenals door lagere kosten voor onder meer baggeren, bebording en groenrenovaties.
  • Conform de met de raad gemaakte afspraken wikkelen overschotten en tekorten uit het Meerjarenprojectenprogramma Buitenruimte af met de bestemmingsreserve Buitenruimte (€ 375.000 nadeel).

Programma 5 Ruimtelijke ontwikkeling (nadeel € 1,460 miljoen)
Het nadeel wordt vooral veroorzaakt door enkele grote posten:

  • De grootste druk ontstaat door de aanvulling van de voorziening Greenpark Aalsmeer (€ 1.249.000 nadeel). Dit wordt vooral veroorzaakt door opnieuw tegenvallende kosten voor grondsanering. Ondanks dat deze gebaseerd zijn op proefboringen komen we bij de daadwerkelijke sanering steeds meer vervuiling tegen dan wat de proefboring indiceert. Het langer doorlopen van de grondexploitatie heeft daarnaast een negatief effect op de rentekosten en op de plankosten.
  • Twee afwaarderingen volgend uit de verslaggevingsvoorschriften zorgen voor respectievelijk een nadeel van € 849.000 afwaardering Fort Kudelstaart naar aanleiding van het in januari 2026 ontvangen taxatierapport en de brandweerkazerne waarvoor geldt dat de resterende boekwaarde versneld (i.c. in drie jaar) moet worden afgeschreven tot het moment van feitelijk buiten gebruik stellen (€ 250.000 nadeel).
  • De verplicht te vormen voorziening voor achterstallig onderhoud aan Fort Kudelstaart zorgt ook voor een nadeel (€ 981.000).  
  • Daarnaast zijn er nadelen door lagere legesopbrengsten omgevingsvergunningen (€ 158.000 nadeel) door minder grote projecten dan verwacht en facilitaire projecten (€ 519.000 nadeel). Een belangrijke reden is de storting in de reserve voorlopige winsten grondexploitaties die voor Uiterweg Marinapark niet heeft plaatsgevonden (€ 245.000), waardoor een even groot voordeel bij de storting reserves ontstaat. Tegenover lagere legesinkomsten staan ook hogere uitvoeringskosten (€ 140.000) door een te laag aantal geraamde uren voor toezicht (uitkomst onderzoek kostendekkendheid leges).
  • De nadelige effecten worden deels gecompenseerd door voordelen binnen de grondexploitaties als gevolg van bijstellingen van verliesvoorzieningen (€ 1.076.000 voordeel).
  • In 2025 zijn winstnemingen gedaan op de Meervalstraat–Roerdomplaan en Herenweg (€ 1.351.000 voordeel). Conform de geldende regelgeving worden deze winst gestort in de bestemmingsreserve voorlopige winsten grondexploitaties.
  • De werkzaamheden in het project programmatisch aanpak funderingsmonitoring en handhaving Westeinderplassen zijn vertraagd (€ 216.000 voordeel). De onttrekking uit de hiervoor gevormde reserves heeft hierdoor eveneens niet plaatsgevonden.
  • Dat geldt ook voor de opruimwerkzaamheden aan de Jac. Takkade (€ 90.000 voordeel). In de 1e bestuursrapportage 2026 wordt een budget aangevraagd om deze werkzaamheden alsnog af te kunnen ronden.
  • Het incidentele budget voor de huisvesting van doelgroepen binnen dit programma (€ 100.000) is niet besteed, omdat deze kosten op programma 7 zijn verantwoord.

Programma 6 Bestuur, bevolking en veiligheid (voordeel € 159.000)

Het voordeel komt vooral door lagere kosten binnen Openbare orde en veiligheid, met minder inzet van beveiliging en minder vaaruren. Daarnaast dragen onderschrijdingen bij crisisbeheersing, hogere legesopbrengsten bij Burgerzaken en lagere uitgaven binnen het bestuur (met uitzondering van de griffie, door het vertrek van de vorige griffier) bij aan het positieve resultaat.

Programma 7 Overhead (voordeel € 102.000)

In 2025 is er door de directie van de kernorganisatie minder uitgegeven aan extern advies dan het beschikbaar budget. Ook zijn er minder bedrijfsvoeringslasten (projectmanagement, toezicht en administratie) doorbelast.

Programma 8 Algemene dekkingsmiddelen (nadeel € 1,142 miljoen)
Het nadeel wordt in hoofdzaak veroorzaakt door de decembercirculaire 2025, die leidt tot een lagere algemene uitkering van € 475.000 (conform de raadsbrief van 13 januari).
De gemeente hanteert btw mengpercentages om het terugvorderbare, compenseerbare en kostenverhogende deel van de btw op overheadkosten te bepalen, welke gedurende het jaar voorcalculatorisch worden toegepast en periodiek via nacalculatie worden herzien. Uit de nacalculatie over 2022-2025 blijkt dat het kostenverhogende btw-aandeel hoger is dan eerder geraamd, wat leidt tot een nadeel (€ 830.000) in de jaarrekening 2025 als gevolg van een reguliere fiscale bijstelling door gewijzigde kostenstructuur en activiteitenmix. Dit nadeel wordt deels gecompenseerd door hogere rentebaten (€ 166.000) vanuit schatkistbankieren en iets hogere belastingopbrengsten en iets lagere uitvoeringskosten (per saldo € 55.000).

Reservemutaties (nadeel € 2,377 miljoen)
Hiervoor is onder de toelichting op de afwijking al ingegaan op een aantal voordelen en nadelen die via een bestemmingsreserve afwikkelen.
De belangrijkste redenen van het nadeel dat ontstaat zijn de per saldo voordelen die binnen de programma's zijn gerealiseerd en waarvan eerder door de raad is besloten deze aan een bestemmingsreserve toe te voegen. Samengevat zijn dat:

  • bestemmingsreserve Buitenruimte (MPP) - € 307.000 (nadelig)
  • bestemmingsreserve egalisatie Sociaal Domein - € 736.000 (nadelig)
  • bestemmingsreserve overige winsten grondexploitaties - € 913.000 (nadelig)
  • overige bestemmingsreserves (per saldo) - € 421.000 (nadelig)

Een uitgebreide toelichting op de afwijkingen is opgenomen in de programma’s in het onderdeel ‘wat heeft het gekost’. Daar wordt per programmaonderdeel een toelichting gegeven op afwijkingen in lasten, baten en reservemutaties.

Zoals bekend is een belangrijke eis voor Nederlandse gemeenten dat er sprake is van een dekking van structurele lasten door structurele baten. Uit onderstaande tabel blijkt dat dat in 2025 het geval is.

Begroot

Werkelijk

Saldo van baten en lasten

11.572

10.308

Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves

-6.231

-8.608

Saldo na bestemming

5.341

1.700

Waarvan incidentele baten en lasten (per saldo)

-6.171

-7.309

Structureel begroting- / rekeningsaldo

11.512

9.009

 
Resultaatbestemming 2025
De jaarstukken 2025 sluiten, zoals hiervoor toegelicht, met een positief rekeningresultaat van € 1,700 miljoen. Het voorstel is om het rekeningresultaat 2025 als volgt te bestemmen:

  • Ten behoeve van herstelplan groen conform besluit 2e bestuursrapportage 2025 - € 114.000
  • Ten behoeve van doorontwikkeling kernorganisatie Aalsmeer - € 660.800
  • Toe te voegen aan de algemene reserve - € 925.200.

Na deze voorstellen is de omvang van de algemene reserve € 39,264 miljoen.
Dit voorstel is onderdeel van het raadsvoorstel en – besluit behorende bij deze jaarstukken.

Overige ontwikkelingen

Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De financiële situatie van gemeenten lijkt rooskleurig, kijkend naar de overschotten op de jaarrekeningen tot en met 2024. En ook deze jaarstukken laten een overschot zien. Daarbij blijven de zorgen over de financiële situatie op lange termijn bestaan door het ontbreken van langjarige financiële zekerheid als gevolg van de korting op het gemeentefonds. In de meerjarenraming ontstaat daardoor een tekort vanaf 2028. In de Kadernota 2026 zijn denkrichtingen opgenomen om ook in de toekomst een structureel en reëel sluitende begroting te kunnen presenteren. Investeringen in mobiliteit, wonen en maatschappelijke voorzieningen komen door dit perspectief mogelijk onder druk te staan.
Het feit dat de rijksoverheid middelen uitkeert in de vorm van specifieke, doel- en incidentele uitkeringen zorgt voor gebrek aan stabiliteit die nodig is om een duurzaam financieel beleid te kunnen voeren. De continue spanning op de arbeidsmarkt zorgt daarnaast ook voor risico's bij de realisatie van de opgaven waar we als gemeente voor staan.

Op 8 juni 2023 heeft u de nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing vastgesteld. In dit raadsbesluit is besloten een weerstandsnorm van minimaal 1,5 als streefwaarde voor de ratio (beschikbare - : benodigde weerstandscapaciteit) te hanteren. Uit de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ van deze jaarstukken blijkt dat de ratio ultimo 2025, na het voorstel voor resultaatbestemming 2025, 2,6 bedraagt.

Ten behoeve van het opstellen van deze paragraaf zijn de geïdentificeerde risico’s geactualiseerd. Het risicoprofiel is ten opzichte van de programmabegroting 2025 met € 2,656 miljoen afgenomen. Dit is met name het gevolg van de bouw- en projectgerelateerde risico’s. In de paragraaf is het rekeningresultaat 2025, vooruitlopend op het voorstel voor resultaatbestemming 2025, toegevoegd aan de algemene reserve. Hierdoor stijgt het beschikbare weerstandsvermogen.

Kengetallen
Net als in voorgaande jaren is in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing een tabel opgenomen met de (verplichte) kengetallen en de bijbehorende signaleringswaarden. Aalsmeer scoort met uitzondering van het kengetal belastingcapaciteit een score A - Minst risicovol.
Ten opzichte van 2025 heeft de netto schuldquote zich verbeterd. De belangrijkste reden hiervan is de afname van de schulden door de reguliere jaarlijkse aflossing van de vaste geldleningen. Op 31 december is de netto schuldquote -/- 2,8%. Dat betekent dat de gemeente per saldo minder schulden heeft dan vorderingen. De gemeente is in staat de schulden terug te betalen waarvoor zij aan de lat staat.

Vooruitblik
De jaarstukken 2025 laten zien dat de gemeente Aalsmeer financieel solide afsluit met een positief rekeningresultaat en een robuust weerstandsvermogen. Tegelijkertijd markeren deze jaarstukken het einde van een bestuursperiode en het begin van een nieuwe fase, waarin mogelijk andere keuzes en accenten aan de orde zullen zijn.
Voor de komende jaren staat de gemeente voor een samenloop van inhoudelijke opgaven en financiële onzekerheden. De korting op het gemeentefonds vanaf 2028, de toenemende inzet van specifieke en incidentele rijksuitkeringen en de aanhoudende druk op capaciteit en uitvoering vragen om prioritering en realistische ambities. Ook ontwikkelingen zoals netcongestie, krapte op de arbeidsmarkt en stijgende kosten blijven van invloed op de financiële en organisatorische wendbaarheid van de gemeente.
Tegelijkertijd beschikt Aalsmeer over een sterke financiële uitgangspositie en een scala aan beleidsinstrumenten om de opgaven van de komende bestuursperiode het hoofd te bieden. In de Kadernota 2026 zijn denkrichtingen geschetst om ook op de langere termijn te komen tot een structureel en reëel sluitende begroting, waarbij ruimte blijft voor noodzakelijke investeringen.
Het is aan de nieuwe gemeenteraad en het nieuwe college om, in samenhang en met oog voor uitvoerbaarheid, koers te bepalen voor de verdere ontwikkeling van Aalsmeer. Deze jaarstukken bieden daarvoor een stevig en transparant vertrekpunt.

Wij willen de raad, alle medewerkers, partners en betrokken inwoners bedanken voor hun inzet en samenwerking in het afgelopen jaar.

De behandeling van de jaarstukken staat geagendeerd voor uw vergadering van 18 juni 2026.

Met vriendelijke groet,

Burgemeester en wethouders van Aalsmeer

Deze pagina is gebouwd op 05/20/2026 10:59:02 met de export van 05/20/2026 10:50:36