3 Paragrafen

3.4 Financiering

Inleiding

In deze paragraaf staat de gemeentelijke treasuryfunctie centraal. Treasury is het vakgebied dat zich bezighoudt met de liquiditeit en financiering van een organisatie en de beheersing van de daaruit voortvloeiende financiële risico’s. In deze paragraaf wordt op die thema's verantwoording afgelegd.

Wettelijk kader
Artikel 212 van de Gemeentewet  verplicht de gemeente de gemeentelijke regelgeving voor de financieringsfunctie vast te leggen. De gemeentelijke treasuryfunctie voert financiële taken uit binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Fido), het Treasurystatuut 2023 en de Financiële verordening Aalsmeer 2025.

Schatkistbankieren
Het kan voorkomen dat de gemeente in een bepaalde periode overtollig geld heeft. Op dat moment heeft de gemeente meer geld op de bankrekeningen staan dan strikt noodzakelijk is. Als ze dat geld niet uitleent aan medeoverheden en de omvang is hoger dan een bepaald drempelbedrag, dan moet de gemeente dat geld aanhouden in ‘s Rijks schatkist. Dit wordt ‘verplicht schatkistbankieren’ genoemd. Het verplicht schatkistbankieren is in 2013 ingevoerd voor gemeenten, provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen.
Het schatkistbankieren heeft een positief effect op de omvang van de staatsschuld, maar beperkt de gemeentelijke vrijheid om zelf een optimaal rendement na te streven op haar eigen geldmiddelen. De Wet Fido stelt daarnaast strenge eisen aan de kredietwaardigheid van tegenpartijen en de te gebruiken instrumenten. 

Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet HOF)
Het totale financieringstekort van de Nederlandse overheid (EMU saldo) mag niet meer bedragen dan 3% van het bruto binnenlands product (bbp). Daar tellen ook gemeenten in mee. Om dit te regelen is in Nederland de Wet houdbare overheidsfinanciën (HOF) in 2013 vastgesteld. Op basis hiervan heeft het Rijk in een aparte regeling vastgesteld dat het EMU-saldo van alle decentrale overheden tezamen maximaal minus 0,4% van het bruto binnenlands product (bbp) mag bedragen. Het aandeel van gemeenten hierin is maximaal minus 0,27% van het bbp.

Notitie rente 2023 commissie BBV
In de geactualiseerde notitie Rente van de commissie BBV wordt ingegaan op de verwerking van de rentelasten en –baten in de begroting en jaarstukken. De belangrijkste wijziging ten opzichte van de eerdere notitie betreft de rentetoerekening aan de grondexploitaties. Met ingang van 2025 vindt ook aan grondexploitaties toerekening van rente plaats op basis van de omslagrente.

Rentetoerekening
Aalsmeer kent een integrale financiering. Dit betekent dat er geen direct verband bestaat tussen een bepaalde investering en het aantrekken van financieringsmiddelen (zoals bij projectfinanciering het geval is). De totale gemeentelijke financieringskosten bestaan uit de externe rentelasten over de opgenomen geldleningen.
De gemeente werkt met een omslagrentemethodiek. Dat wil zeggen dat de gemeentelijke financieringskosten via het programma Algemene dekkingsmiddelen  worden toegerekend aan de overige gemeentelijke programma's op basis van de boekwaarde per 1 januari van de bezittingen op de balans.

Renteontwikkeling 2025
In 2025 zette de Europese Centrale Bank (ECB) de in 2024 ingezette versoepeling door. De drie basisrentes zijn in het eerste halfjaar in stappen verlaagd en daarna het restant van het jaar ongemoeid gelaten. De ECB bleef expliciet data-afhankelijk en nam besluiten meeting by meeting zonder vooraf vast pad, omdat inflatie rond de 2% doelstelling stabiliseerde en de groei gematigd bleef. De depositorente (de belangrijkste beleidsrente waarmee de ECB de stuurt) daalde in 2025 in vier stappen en bleef daarna gelijk. De depositorente per 31 december 2025 is 2% (ultimo 2024 3%).
Bij de laatste renteverlaging van 5 juni gaf de ECB aan dat de beslissing was gebaseerd op de geactualiseerde inflatievooruitzichten, de dynamiek van de onderliggende inflatie en de sterke doorwerking van het monetaire beleid. In de juni projecties werd voor 2025 een gemiddelde inflatie van 2,0% voorzien.

De rente op een nieuw aan te trekken lening met een looptijd van 20 of 30 jaar lag eind december tussen de 3,4% en 3,7%. Ultimo 2024 was dat ongeveer 2,75%.

De totale rente-inkomsten op de schatkist bedroegen in 2025 afgerond € 0,61 miljoen. Het rentepercentage over de uitgezette gelden in de schatkist daalde in 2025 met bijna 1% van 2,905% naar 1,921% per 31 december 2025.

Deze pagina is gebouwd op 05/20/2026 10:59:02 met de export van 05/20/2026 10:50:36