3 Paragrafen

3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Het besluit Begroting en Verantwoording (BBV, artikel 11) definieert het weerstands-vermogen als de relatie tussen de capaciteit om tegenvallers op te vangen (weerstandscapaciteit) en de materiële risico's waarvoor geen specifieke voorzieningen zijn getroffen. Het weerstandsvermogen van een gemeente is daarmee het vermogen om financiële risico's op te kunnen vangen zonder dat dit consequenties heeft voor de uitvoering van de dagelijkse zaken.

Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een ratio die wordt bepaald door een relatie te leggen tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (financiële buffer) en de financiële gevolgen van het zich voordoen van de geïdentificeerde risico’s (en waarvoor geen voorzieningen kunnen worden gevormd of een verzekering kan of is afgesloten).

In tegenstelling tot de andere paragrafen en het doel van de jaarrekening om terug te kijken op 2025, blikt de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing altijd vooruit naar toekomstige risico's.

In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op:

  • beleid van de gemeente Aalsmeer voor wat betreft de weerstandscapaciteit en de risico's;
  • het benodigd weerstandsvermogen (risicobeleid);
  • het beschikbaar weerstandsvermogen;
  • de beschikbare weerstandscapaciteit;
  • de financiële kentallen.

Beleid gemeente Aalsmeer
Het beleidskader is de nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing gemeente Aalsmeer 2023, die vastgesteld is op 8 juni 2023. In deze nota zijn de uitgangspunten van het risicomanagement opgenomen. Met het vaststellen van de nota is voldaan aan de geldende wet- en regelgeving. De provincie of het rijk legt de gemeenten geen norm op hoe hoog de weerstandsratio zou moeten zijn. Hierin heeft elke gemeente keuzevrijheid.
In de nota is door de raad ingestemd met het hanteren van een streefwaarde voor de weerstandsratio van 1,5.

Deze pagina is gebouwd op 05/20/2026 10:59:02 met de export van 05/20/2026 10:50:36